FAQ’s – Veelgestelde vragen

HomeContactFAQ’s – Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u een overzicht van vragen die vaak gesteld worden. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact met ons op!

Wanneer is er sprake van bijtelling?

“Wanneer bijtelling?” is een veelgestelde vraag van mensen met een auto van de zaak. Als een werknemer meer dan 500 privékilometers binnen één kalenderjaar heeft gereden met een bedrijfsauto, dan wordt er fiscale bijtelling berekend over deze auto.

Percentage bijtelling

Het percentage bijtelling wordt berekend over de nieuwprijs. Wanneer een werknemer twee bedrijfsauto’s tot zijn beschikking heeft en maar met één meer dan 500 privékilometers rijdt, dan wordt er alleen bijtelling berekend over één van de bedrijfsauto’s. Lees er meer over op deze bijtellingsregels pagina.

Hoe u bijtelling kunt voorkomen

Bijtelling kan worden voorkomen door niet meer dan 500 privékilometers te rijden met een bedrijfsauto. Hierbij is het essentieel om te weten welke kilometers privé en welke zakelijk zijn.

Kilometers voor woon-werkverkeer zijn zakelijke kilometers en ook kilometers tijdens een wachtdienst zijn onder bepaalde voorwaarden zakelijk.

Met een sluitende rittenregistratie en de bijhorende, onderliggende bescheiden, kunt u bewijzen dat er niet meer dan 500 privékilometers gereden zijn.

Welke ritten vallen onder woon-werkverkeer?

Woon-werkverkeer wordt als zakelijk aangemerkt door de Belastingdienst en moet dan ook als zakelijke rit worden opgenomen in de rittenregistratie. Als een werknemer met de bedrijfsauto naar kantoor rijdt, dan geldt dit als woon-werkverkeer.

Medewerkers in de buitendienst rijden vaak ’s ochtends vanaf huis meteen naar de eerste klant. Geldt deze eerste rit naar de klant ook als woon-werkverkeer en moet deze rit dus als zakelijk aangemerkt worden?

Welke ritten vallen onder woon-werkverkeer?

Elke rit die tussen een woon- of verblijfplaats naar een vaste werkplaats wordt gemaakt, valt onder woon-werkverkeer.

Reizen van en naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres, zoals naar een klant, gelden niet als woon-werkverkeer.

Als een werknemer een arbeidsovereenkomst heeft waarin geen vast werkadres staat, dan gelden alle reizen van de woon- of verblijfplaats naar een bedrijfsadres als woon-werkverkeer.

Waar u op moet letten bij het registreren van woon-werkverkeer

Voor een sluitende rittenregistratie van het woon-werkverkeer moeten onderliggende bescheiden, zoals agenda’s, planningen en werkbonnen, bewaard worden. Op deze manier kan worden aangetoond dat de werknemer ook daadwerkelijk onderweg was van huis naar kantoor of een klant.

Hoe lang moet ik mijn rittenregistratie administratie bewaren?

De Belastingdienst eist van werknemers met een auto van de zaak dat ze een sluitende rittenregistratie bijhouden. De rittenregistratie administratie moet volgens de wettelijke bewaartermijn minstens 7 jaar worden bewaard. Maar bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor het bewaren van de rittenregistratie administratie en waar moet deze uit bestaan?

Wie is verantwoordelijk voor het bewaren van de rittenregistratie?

Als een werkgever gebruikt maakt van een automatische rittenregistratie, dan is de organisatie zelf verantwoordelijk voor het bewaren van de administratie wanneer het systeem op de eigen server draait. Als men een zogenoemde Cloud oplossing heeft, dan is de leverancier van het systeem verantwoordelijk voor de wettelijke bewaartermijn.

Wat moet een juiste rittenregistratie allemaal vermelden?

Hoe ziet een volledige en correcte rittenregistratie er uit? De Belastingdienst heeft daarvoor normen opgesteld. Een juiste rittenregistratie moet volgens de Belastingdienst het volgende vermelden:

  • het merk, type en kenteken van de auto
  • de periode waarin de auto ter beschikking stond
  • voor elke rit moet u bijhouden:
  • datum
  • begin- en eindstand van de kilometerteller
  • vertrek- en aankomstadres van heen- en terugreis
  • route indien deze niet gebruikelijk is
  • aard van de rit: privé of zakelijk
  • omrijkilometers indien er tijdens een zakelijke rit voor privé doeleinden extra kilometers gemaakt worden

Bij een automatische rittenregistratie van Ctrack is dit allemaal geregeld, maar bij een handmatige administratie moet dit door de werknemer zelf op papier bijgehouden worden.

Let op, alleen een goede ritenregistratie is niet voldoende voor de fiscus!

Naast een correcte rittenregistratie moeten er ook bescheiden worden bewaard, die aantonen waarom een rit gereden is, bijvoorbeeld agenda’s, werkorders en facturen.

Alleen de rapportage van de kilometerregistratie is dus niet genoeg. De werknemer en werkgever blijven te allen tijden verantwoordelijk voor deze onderliggende bescheiden.

Wanneer is een rit privé of zakelijk?

Om een sluitende rittenregistratie te kunnen bijhouden is het belangrijk om te weten of een rit als privé of zakelijk wordt aangemerkt door de Belastingdienst. Golfen met een zakenrelatie of een netwerkborrel zijn bijvoorbeeld activiteiten die vaak als zakelijk worden beschouwd. Deze hebben volgens de Belastingdienst echter ook een privé karakter. En teveel privékilometers kunnen tot hoge naheffingen leiden.

Wanneer is een rit privé of zakelijk?

Ondernemers en werknemers gaan vaak met een zakelijk doel naar de golfbaan, een netwerkborrel of jubileum van een vaste klant. Het lijkt dan ook logisch om dergelijke ritten in de rittenregistratie als zakelijk aan te merken.

Dit kan echter niet zo gemakkelijk worden bepaald. Deze activiteiten hebben namelijk vaak een gemengd karakter en dit kan ervoor zorgen dat de Belastingdienst deze rit aanmerkt als privé. Raadzaam is om vooraf de rit af te stemmen met de Belastingdienst of de ritten uit voorzorg met een privé auto te maken.

Voorkom fiscale bijtelling door een sluitende rittenregistratie

Door ritten met gemengde karakters goed van te voren af te stemmen met de Belastingdienst, blijft het binnen de rittenadministratie duidelijk hoeveel privékilometers er zijn gemaakt. Op deze manier kan fiscale bijtelling bij overschrijding van de 500 kilometer grens worden voorkomen.

Bestaat er een keurmerk voor ritregistratiesystemen?

Ja, er is een keurmerk voor ritregistratiesystemen

En de Ctrack ritregistratie software Fiscaalbox versie 1.0 heeft het Keurmerk Ritregistratiesystemen.

Ctrack is actief lid van de Branchevereniging Leveranciers Ritregistratiesystemen (BVLR). Zij hebben o.a. samen met de Rijwiel en Automobiel Industrie Vereniging (RAI) een stichting opgericht, die de vertaalslag maakt van het normenkader van de Belastingdienst naar het Keurmerk Ritregistratiesystemen.

Voorwaarden waaraan een ritregistratiesysteem moet voldoen volgens de Belastingdienst

De Belastingdienst heeft samen met de Branchevereniging Leveranciers Ritregistratiesystemen een normenkader opgesteld. Er zijn 4 speerpunten waar aan voldaan moet worden:

  1. het registreren van alle relevante kenmerken van alle ritten
  2. bewaken van de integriteit van registraties
  3. het bewaren van registraties
  4. betrouwbare en binnen redelijke termijn controleerbare rapportages maken

De Ctrack rittenregistratie software Fiscaalbox versie 1.0 voldoet aan alle Belastingdienst vereisten

In 2015 is Stichting Keurmerk RSS gestart met 3-jaarlijkse In-depth Audits door onafhankelijke register accountants. Ctrack behoorde destijds tot de kleine groep geselecteerde bedrijven die al in dat eerste jaar aan de beurt waren. Wij hebben deze Audits goed doorlopen en voldoen dan ook aan alle (nieuwe) vereisten van het Keurmerk Ritregistratiesystemen.

Deze audit vorm gaat aanzienlijk verder dan de reguliere Self Assessment Audit. Het keurmerk behouden na het ondergaan van een In-depth Audit heeft duidelijk een grotere meerwaarde en biedt u meer zekerheid. Dankzij deze Keurmerk RRS certificering weet u zeker dat de Ctrack rittenregistratie software Fiscaalbox versie 1.0:

  • volledig up-to-date is
  • aan de laatste privacy en databeveiliging eisen voldoet
  • geaccepteerd wordt door de Belastingdienst

Mogen werknemers onderling bedrijfsauto’s uitlenen?

Elke werknemer moet netjes de rittenregistratie bijhouden voor de eigen bedrijfsauto. Maar hoe moet de registratie worden bijgehouden als werknemers onderling de bedrijfsauto aan elkaar uitlenen?

Werknemers van kantoor hebben niet altijd een bedrijfsauto tot hun beschikking. Buitendienst medewerkers wel. Als de werknemer van kantoor graag een bedrijfsauto wil lenen voor bijvoorbeeld een verhuizing, dan is het onduidelijk wie de rittenregistratie moet bijhouden.

Onderling bedrijfsauto’s uitlenen geen probleem indien onderdeel bedrijfsbeleid

Als het bedrijfsbeleid het onderling uitlenen van bedrijfsauto’s voor privé doeleinden toestaat, dan is er ook geen probleem op het gebied van rittenregistratie. Wel is het zo dat de rittenregistratie voor dit voertuig goed moet worden bijgehouden. Dit kan door de verhuizende collega worden gedaan, maar de oorspronkelijke bestuurder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de kilometerregistratie.

Waar op gelet moet worden bij het onderling uitlenen van bedrijfsauto’s

Het uitlenen van bedrijfsauto’s levert dus in principe geen problemen op met de rittenregistratie, maar er moet wel gelet worden op de volgende zaken:

  1. Het uitlenen van bedrijfsauto’s moet opgenomen zijn in het bedrijfsbeleid. Wanneer het uitlenen van bedrijfsauto’s niet genoemd wordt binnen het bedrijfsbeleid, dan mogen collega’s onderling sowieso geen auto van de zaak aan elkaar uitlenen.
  2. De oorspronkelijke bestuurder blijft altijd zelf verantwoordelijk voor de rittenregistratie van de desbetreffende bedrijfsauto. De Belastingdienst zal dan ook aan het einde van het jaar bij de oorspronkelijke bestuurder de administratie opvragen.
  3. Privékilometers tijdens de leenperiode tellen mee voor de oorspronkelijke bestuurder. Wanneer de bedrijfsauto tijdens het uitlenen wordt gebruikt voor privégebruik, dan tellen deze privékilometers voor de oorspronkelijk bestuurder van het voertuig. De grens van 500 privékilometers voor de bijtellingsregeling wordt dan dus eerder overschreden.

Zijn de kilometers tijdens wachtdiensten zakelijk of privé?

Hoe moet een werknemer ritten registreren wanneer een auto van de zaak voor privédoeleinden wordt gebruikt tijdens wachtdiensten? Tijdens een wachtdienst is een werknemer oproepbaar, maar in de tussentijd mag hij zijn tijd privé invullen. Een monteur kan bijvoorbeeld de servicebus gebruiken om naar een verjaardagsfeest of supermarkt te rijden.

Kilometers tijdens wachtdiensten zijn zakelijk

Als de werknemer verplicht wordt gesteld om een auto van de zaak te gebruiken tijdens zijn wachtdienst, dan is hij gedurende die periode genoodzaakt ook zijn privéritten te maken met dit voertuig. Alle kilometers tijdens wachtdiensten mogen daarom als zakelijk aangemerkt worden. Door deze kilometers als zakelijk te registreren wordt minder snel de 500 kilometerregeling van de bijtelling overschreden.

De voorwaarden die de Belastingdienst stelt bij de wachtdienstregeling:

  1. De werknemer houdt bij hoeveel kilometer hij tijdens de wachtdienst rijdt en de plekken waarvoor hij wordt opgeroepen. De Belastingdienst verlangt namelijk een sluitende en nauwkeurige rittenregistratie waarin alle ritten zijn bijgehouden, zowel privé als zakelijk.
  2. De werknemer heeft geen invloed op de keuze van de auto. Wanneer de werknemer kan kiezen voor een ander voertuig tijdens zijn wachtdienst, dan kunnen de privéritten niet als zakelijk aangemerkt worden.
  3. De werknemer heeft een eigen auto, die voor privégebruik even goed of beter geschikt is dan de auto van de zaak. Wanneer een werknemer geen eigen auto bezit dan kunnen de privéritten tijdens een wachtdienst niet als zakelijk aangemerkt worden.
  4. De werknemer moet tijdens de wachtdienst binnen redelijke afstand van zijn woonplaats blijven. Lange afstanden voor privédoeleinden tijdens de wachtdienst mogen niet in de rittenregistratie worden opgevoerd als zakelijk.

Wat is het verschil tussen horizontaal en verticaal toezicht?

Wat is horizontaal toezicht?

Bij horizontaal toezicht maken de werkgever en de Belastingdienst met elkaar afspraken over de controle en frequentie van de rittenregistratie van de werknemers. De werkgever wordt in dit geval verantwoordelijk voor het toezicht op de ritten van zijn werknemers aangaande wel of niet privé gereden kilometers.

Wat is verticaal toezicht?

Verticaal toezicht is de traditionele methode waarbij de Belastingdienst de rittenadministratie controleert. De Belastingdienst voert een boekenonderzoek uit bij de werknemer. Hiervoor moeten werknemers zelf – al dan niet met de hand geschreven – nauwkeurige, betrouwbare en sluitende rittenregistraties bijhouden. Zo’n boekenonderzoek is omslachtig en kost vaak alle betrokkenen veel tijd.

Het voordeel van horizontaal toezicht

Horizontaal toezicht vindt plaats op basis van wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie. Door toezicht aan de voorkant te regelen en goede afspraken te maken tussen de Belastingdienst en de werkgever kan de Belastingdienst zich beperken tot meta-toezicht van de rittenregistratie.

Voor werknemers is dat een groot voordeel. Werknemers hebben veel minder tot geen last van controles door de Belastingdienst en zijn dus minder tijd kwijt aan administratieve verplichtingen. Ook voor de werkgever een voordeel.

Is woon-werkverkeer privé of zakelijk?

Voor een sluitende rittenregistratie is het belangrijk om te weten welke kilometers als zakelijk en welke kilometers als privé worden aangemerkt door de Belastingdienst. Immers, wanneer er (meer dan 500) privékilometers worden gereden met de auto van de zaak, dan moet hiervoor bijtelling worden betaald.

Woon-werkverkeer is zakelijk, ongeacht hoe vaak of wanneer gereden wordt

Dit geldt ook voor de kilometers die met de auto van de zaak gereden worden door een medewerker die elke dag thuis luncht. Maar ook voor bijvoorbeeld een medewerker die zijn laptop is vergeten en deze thuis moet ophalen. Deze ritten zijn geen privé kilometers waarover de berijder bijtelling betaalt.

Hoe meet de Belastingdienst een rit?

De Belastingdienst kijkt altijd naar de rit gemeten langs de meest gebruikelijke weg. Omrijkilometers worden altijd gemeten van de afwijking van de meest gebruikelijke weg.

Stel een medewerker haalt onderweg naar huis een kind op van de crèche of school. Dit is alleen aan te merken als een zakelijke rit als de crèche of de school op de meest gebruikelijke route van de zakelijke rit ligt.

Wanneer dit niet het geval is en er moet omgereden worden, dan tellen de extra gereden kilometers als privé. Is er geen sprake van omrijden, dan is de hele rit zakelijk.

Hoe zorg je voor een sluitende rittenregistratie?

Bij automatische rittenregistratie is er minder kans op fouten dan bij een tijdrovende handmatige registratie of bij registratie via een app. Een ingebouwd rittenregistratiesysteem heeft daarom de voorkeur van de fiscus. Een sluitende, betrouwbare kilometerregistratie is hierdoor aannemelijker.

Let op! Onderliggend bewijs moet altijd beschikbaar zijn voor de fiscus. Denk bijvoorbeeld aan roosters, agenda’s en planningen.

Hoe werkt voertuig tracking?

De GPS data die Ctrack ontvangt via de in voertuigen geïnstalleerde tracking units, wordt doorvertaald naar gebruiksvriendelijke kaarten en rapporten. Het enige wat u als klant nodig heeft om deze gegevens in te zien, is uw Ctrack Online account, een internetverbinding en een computer (desktop, laptop, tablet of smartphone). Er is dus geen additionele software nodig.

Wat betekent GPS?

GPS staat voor Global Positioning System. Dit systeem maakt gebruik van een netwerk van satellieten in de ruimte en de daarbij behorende infrastructuur op aarde om positie- en snelheidsgegevens te kunnen geven.

Ctrack’s tracking units communiceren continu met dit systeem om de locatie van uw voertuigen te kunnen bepalen. Wat vervolgens via het GSM netwerk zichtbaar wordt gemaakt op een hoge kwaliteit kaart, met grote nauwkeurigheid.

Hoe gaat de samenwerking met Ctrack van start?

Er wordt een account voor u aangemaakt op basis van wat uw bedrijf nodig heeft. Vervolgens worden er Ctrack units in de betreffende voertuigen geïnstalleerd. Zodra deze geactiveerd zijn, wordt er data verzonden. U krijgt van ons een gebruikersnaam en wachtwoord, waarmee u inlogt op Ctrack Online en alle aangesloten voertuigen kunt volgen.

Waar in de voertuigen worden de units geplaatst?

De Ctrack units worden onzichtbaar achter het dashboard geplaatst en zijn moeilijk te vinden. Als een voertuig gestolen wordt, weet de dief dus niet of er een tracking unit in zit.

Kan ik onze voertuigen ook volgen via m'n smartphone?

Ja, met onze mobiele applicatie FleetMobi kunt u al uw voertuigen die uitgerust zijn met een Ctrack unit volgen. Alle mogelijkheden van onze GPS fleetmanagement oplossing heeft u op deze manier altijd en overal binnen handbereik. FleetMobi is geschikt voor alle types smartphones en tablets.

Kunnen er meerdere mensen tegelijk inloggen op het account?

Meerdere mensen kunnen tegelijkertijd gebruikmaken van het Ctrack Online account. We kunnen aparte gebruikersgroepen voor u aanmaken, bijvoorbeeld per afdeling. Daarnaast is het mogelijk om per gebruiker het bevoegdheden niveau in te stellen.

Is het makkelijk werken met jullie software?

Ctrack Online werkt eenvoudig en de mobiele applicaties zijn heel gebruiksvriendelijk. U kunt echter altijd rekenen op begeleiding vanuit Ctrack. Na installatie wordt er op locatie of online een training gegeven. Maar ook na die tijd kunt u altijd terecht bij onze helpdesk.

Moet je een minimaal aantal voertuigen hebben om gebruik te maken van Ctrack?

Nee, er is geen minimum of maximum. Wij werken zowel voor het MKB als het grootbedrijf, in verschillende sectoren. Het maakt dus niet uit of u 5 of 5.000 voertuigen heeft. Als u graag meer wilt weten over onze klanten en hun ervaringen, kijk dan even op deze pagina.

Wat heeft de rest van de organisatie aan Ctrack?

Natuurlijk blijven sluitende uren- en kilometerregistraties belangrijk, maar fleetmanagement behelst al langer veel meer dan dat. Onze telematica oplossingen zijn in staat om een enorme hoeveelheid data te verzamelen, verbinden en analyseren. Het is dan ook een nuttige optimalisatie- en managementtool voor verschillende organisatieniveaus:

  • Dankzij Ctrack kunnen planners effectiever en efficiënter plannen.
  • Onze rapportages geven operations managers zicht op het totaalbeeld én inzicht in de voor hen belangrijke details. Daardoor kan er bijvoorbeeld tijdig bijgestuurd op het gebied van brandstofverbruik en rijgedrag.
  • Wagenparkbeheerders en directies maken veel gebruik van het Executive Dashboard, waarin alle KPI’s opgenomen zijn en gemonitord worden.

Hoeveel kan ik besparen met behulp van de Ctrack fleetmanagement software?

Een kostenbesparing van 8 tot 15% is niet ongebruikelijk. Door het invullen van de Ctrack Rendement Calculator ontdekt u wat de besparingsmogelijkheden zijn in uw specifieke bedrijfssituatie. Neem dus gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak.

Verklarende Woordenlijst

TERMINOLOGIE TELEMATICS/TECHNOLOGIE

Snelheidsmeter – Meet de kracht van versnelling, waardoor beweging, snelheid en richting vastgesteld kan worden.

Ongelukbuffer – legt met intervallen van 20 milliseconden gedetailleerde gegevens vast voor en na een ongeluk om te helpen bij het reconstrueren van het ongeluk.

Meldingen – Een functie die via sms- of e-mailmeldingen in real-time biedt van een vooraf vastgestelde activiteit van voertuig of werknemer.

API (Application Programming Interface) – legt vast hoe sommige software onderdelen met elkaar moeten communiceren om het eenvoudiger te maken een programma te ontwikkelen en te integreren.

Anti-knoei – beveiligingsmaatregelen om te beschermen tegen onbevoegde tussenkomst.

BI (Bedrijfsinformatie) – Analyse van ruwe operationele gegevens voor belangrijk inzicht voor het nemen van betere beslissingen, het verlagen van kosten en het identificeren van nieuwe bedrijfskansen.

Bluetooth – Draadloze technologiestandaard voor het uitwisselen van gegevens over korte afstanden.

PZ-schakelaar (Schakelaar tussen zakelijke- en privékilometers) – Schakelaar in het voertuig die een bestuurder kan gebruiken voor zakelijk of privé-gebruik.

Buzzer – communicatie van problemen met rijgedragingen of het niet overeenkomen van bestuurders-ID met de bestuurder.

CSV – Een document met comma-separated values (door komma’s gescheiden waarden) is de bestandsindeling die gebruikt wordt voor het opslaan van gegevens en gestructureerde tabel met lijsten die gebruikt wordt voor het importeren/exporteren van grote hoeveelheden gegevens tussen back-office-applicaties.

Dashboard –een managementinformatiesysteem dat een real-time gebruikersinterface biedt met een overzicht van belangrijke operationele informatie.

Gegevensdekking – Hetzelfde als GPRS

De-installatie – verwijderen van traceereenheid uitgevoerd door monteur.

Deursensoren – Sensoren in het voertuig die gegevens vastleggen over wanneer voertuigdeuren geopend en gesloten worden.

Bestuurders-ID – Traceermiddel voor het identificeren welke bestuurder in een voertuig rijdt aan de hand van een dallas-sleutel en een lezer in de auto, een geïntegreerd navigatie-apparaat of een RFID tag.

Bestuurderschema – Maakt het mogelijk afspraken en werkzaamheden in het syteem in te voeren ter ondersteuning van het werkprocesbeheer en de werktoewijzing, met specifieke rapporten en meldingen.

E-Call – Europees initiatief dat ontwikkeld is om bestuurders die betrokken zijn bij een botsing snel hulp te bieden.

Monteur – monteur die in het veld werkzaam is en verantwoordelijk is voor all installatie, testen, reparatie en onderhoud van technologie.

Dichtstbijzijnde zoeken – Traceerfunctie waarmee de dichtstbijzijnde en meest geschikte auto, bestuurder, locatie of Point of Interest gevonden kan worden.

Geo-codering – Software die geografische coördinaten (breedte en lengte) die verzonden zijn vanaf een traceerapparaat omzet naar een straatadres, postadres of locatie op de kaart.

Geofencing – Wordt gebruikt voor het opstellen van virtuele grenzen rondgeografische locaties of gebieden om meldingen en rapporten weer te geven op traceerapparaten die deze speciale zones betreden of verlaten.

GPRS (General Packet Radio Service) – Een veelgebruikte draadloze dienst waarmee gegevens sneller ontvangen en verzonden kunnen worden met mobiele apparaten.

GPS (Global Positioning System) – Maakt gebruik van een netwerk van satellieten voor het bieden van positie- en snelheidsgegevens betreffende een traceerapparaat.

GSM (Global System for Mobile Communications) – Een communicatiestandaard die ontwikkeld is door hetEuropese Telecommunicateistandaardinstituut (ETSI).

Richting – Richting van voertuigverplaatsing (noord, oost, zuid, west).

Helpdesk – Biedt informatie en ondersteuning bij technische problemen en het oplossen van problemen.

Installatie – Proces van het installeren van een traceereenheid voor gebruik, uitgevoerd door een monteur.

IP67 – Milieubeschermingsstandaraard die vaststelt dat een behuizing volledig is afgesloten tegen stof en ondergedompeld kan worden tot één meter gedurende maximaal een half uur.

Reis opnieuw afspelen – Traceerfunctionaliteit waarmee een historische reis op het scherm opnieuw afgespeeld kan worden met route- en voertuiggegevens.

Kaart – visuele representatie van een gebied met daarin voertuiglocaties en Points of Interest.

M2M (Machine-to-Machine) – Verbindt apparaten en machines draadloos met het internet en creëert zo een intelligent middel dat op afstand beheerd en gecontroleerd kan worden.

Bericht doorsturen – E-mail of SMS-bericht van een evenement of activiteit.

Mobiele applicatie (Mobiele app) – Software-applicatie die werkt op smartphones, tablets en andere mobiele apparaten.

Apparaat in de auto – Dashboardcommunicatiemiddel met visuele weergave met satellietnavigatie, tweewegscommunicatie en mogelijkheid tot het uitzetten van taken.

OTA-upgrade – Over the air-upgrade (upgrade via de lucht) voor het extern bijwerken van de nieuwste softwareoplossing.

Roaming – Uitbreiding van de connectiviteit die ervoor zorgt dat een draadloos apparaat verbonden blijft buiten de thuislocatie.

Paniekknop – ingebouwd of extern paniekalarm om een individu of callcenter op de hoogte te brengen tijdens een noodgeval of ongeluk.

Bevoegheden/toegangsrechten – Regelt welke functies en gegevens gebruikt kunnen worden door een specifieke gebruiker.

Gepland vs daadwerkelijk – Analyse van geplande doelstellingen en doelen aan de hand van de daadwerkelijk behaalde resultaten.

POI (Point of Interest) – Kaartfunctie waarmee belangrijke locaties zichtbaar zijn. Denk aan klant- en/of prospectlocaties.

Polling – een proces waarmee een gebruiker direct met een traceereenheid kan communiceren om een direct statusupdate te leveren.

PTO (Power Take Off) – verwijst naar het controleren en meten van verschillende randvoertuigapparatuur als een bak/skiplifts, alarmlichten, steenslagsystemen, bandcompressors, kranen en veiligheidsapparatuur.

Real Time / Live – de mogelijkheid gebeurtenissen en status van voertuigen te zien op het moment dat ze gebeuren.

Externe startonderbreker – hiermee kan een voertuig extern stilgezet worden, zodat het niet gebruikt kan worden.

RFID (Radiofrequentie-identificatie) – een algemene term die verwijst naar technologieën die gebruik maken van radiogolven voor het automatisch identificeren van middelen en objecten, waardoor het opslaan en ophalen van informatie kan geschieden met RFID-labels.

Routekaart – Plan of strategie om een speciaal doel te bereiken.

Rollover/crash-detectie – Detectie- en meldingssysteem dat een melding geeft van ongelukken en incidenten met voertuigen.

Routebeheer – Controleren van statische en getimede routes voor het optimaliseren van operationele prestaties.

Route-optimalisatie – maakt de identificatie en het plannen va de meest effectieve en brandstofefficiënte route mogelijk

RS232 – Seriële aansluiting die gebruikt wordt door veel traceerapparaten voor een externe ingang.

Op server gebaseerde oplossing – Applicaties die geïmplenteerd, geregeld, ondersteund en gebruikt worden in een op een server gebaseerde omgeving.

Service-oproep – een bezoek van een monteur voor het uitvoeren van installatie, reparatie of onderhoud.

Sim-kaart – een draagbare geheugenchip die werkt als ID-kaart voor een mobiel apparaat met een uniek identificatienummer en andere persoonlijke gegevens.

SMS (Simple Message System) – tekstberichtendienst die wordt gebruikt door telefoon-, internet- of mobiele communicatiesystemen.

Snail Trail – historische weergave van waar een voertuig geweest is (zie Reis opnieuw afspelen).

Software-update/upgrade – vervangen van software voor een nieuwere versie om een systeem up-to-date te brengen.

Kaart op straatniveau – Hiermee kan het voertuigtraceersysteem inzoomen op straatniveau voor precieze locateis van middelen en mobiele werknemers.

Temperatuurcontrole – sensors die zijn geïntegreerd in uw bedrade of draadloze traceeroplossing voor het controleren van temperaturen en het bieden van volledige inzichtelijkheid in middelen.

Telematics – Samengevoegd en geïntegreerd gebruik van telecommunicatie en informatietechnologie, inclusief GPS en navigatiesystemen.

Thin Client – Meestal een software-applicatie die ontwikkeld is zodat het merendeel van de gegevensverwerking elders op een server plaatsvindt.

Traceerapparaat – de hardware-eenheid die geïnstalleerd is op een voertuig die voertuiglocatie-, verplaatsings- en statusgegevens vastlegt en communiceert.

Tweewegscommunicatie – Tweewegs berichtenfunctionaliteit tussen een traceersoftwaretoepassing en een apparaat in een voertuig.

Updatefrequentie – de tijdsintervallen tussen het ontvangen van statusupdates van het traceerapparaat.

Gebruiker – de persoon die een traceersysteem gebruikt voor het controleren van mobiele middelen en werknemers

Garantievriendelijk – Product of oplossing waardoor de fabrikantgarantie niet ongeldig wordt.

Internetapplicatie – Een traceersoftwareoplossing die online of via een internetbrowser geopend kan worden.

TERMINOLOGIE VOERTUIGEN

CANbus – Moderne voertuigen maken gebruik van een CAN Bus om informatie over te zetten tussen verschillende elektronische voertuigsystemen.

Overmatig stationair draaien – onnodig motorgebruik waarbij bestuurders een voertuig laten draaien als het niet gebruikt wordt, wat leidt tot verspilling van brandstof en overmatige slijtage van de motor.

FMS Gateway – Eenn interface gebaseerd op FMS (Fleet Management Standard) waarbij gegevens die door het CAN Bus-voertuigcontrolesysteem verzameld worden, verkregen kunnen worden via een uniform protocol.

OBD (On board diagnostic) – OBD-systemen zijn ontwikkeld voor het controleren van de prestaties van de belangrijkste onderdelen van de motor, wat inzicht biedt in de status van verschillende subsystemen van het voertuig.

Odometer – apparaat dat de afstand meet die door een voertuig is afgelegd.

RPM (Revoluties per minuut) – Een meeteenheid van de rotatiefrequentie die staat voor het aantal keren dat de as van een motorin één minuut draait.

Tachograaf/digitale tachograaf – Apparaten die informatie vastleggen over rijtijden, snelheid en afstand in vrachtwagens om te zorgen dat bestuurders en werknemers zich houden aan de regels betreffende bestuurdersuren.

COMMERCIËLE TERMINOLOGIE

Integratie brandstofpas – maakt het mogelijk gegevens van brandstof passen te uploaden naar andere vloot-en back-office-systemen voor de controle van brandstofgebruik, het identificeren van verbeterpunten en het bieden van extra inzicht in het beheer van mobiele middelen.

Hardware & diensten – de voorziening van IT-hardwarevereisten gecombineerd met doorlopende ondersteuningsdiensten.

KPI (Key Performance Indicator) – Een middel voor het meten van prestaties waarmee een organisatie de voortgang richting zijn doelstellingen kan vastleggen en meten.

Leasen/huren – Een alternatieve methode voor het verkrijgen van voertuigen zonder dat deze gekocht hoeven te worden.

MRM (Mobile Resource Management) – Middel voor het traceren van voertuigen, werknemers en andere middelen zodat bedrijven hun middelen efficiënt en effectief kunnen inzetten.

ROI (Return on Investment) – Een middel voor het meten van prestaties dat gebruikt wordt voor het evalueren van het succes en de financiële winsten van een investering.

Telematics verzekering – beleidsregels die een persoonlijke prijs bieden voor autoverzekeringen op basis van wanneer en hoe een persoon rijdt, op basis van voertuigtracering om zo technieken en gewoonten te meten.

CTRACK-TERMINOLOGIE

CANTouch – garantievriendelijke oplossing die verbinding maakt met het CAN Bus-systeem van een voertuig voor het lezen van aanvullende bestuurdersgedragingen en motorbeheergegevens.

Ctrack Easy-Fit – effectief installatieproces om te zorgen dat een traceeroplossing snel en efficiënt geïnstalleerd wordt.

Ctrack MaXx – Vlootbeheersoftware die real-time voertuigtracering combineert met krachtige analytische software voor een geavanceerd bedrijfsanalysepakket.

Ctrack Mobi – real-time vlootbeheerapplicatie waarmee het traceren van voertuigen en middelen mogelijk is vanaf een iPhone, Android smartphone of tablet.

Ctrack Online – voertuigtraceersysteem online, in de cloud, dat inzicht biedt en controle over mobiele middelen.

Ctrack Wireless – draadloos, door batterijen aangedreven systeem voor het beheer, gebruik en beveiligen van alle soorten aangedreven en niet-aangedreven middelen.

Dagelijkse gezondheidscontrole – Dagelijke inspectie van technologieoplossing om te zorgen dat alle traceereenheden correct werken en het systeem geschikt is voor het doel.

DigiCore – Moederbedrijf van Ctrack en een van ‘s werelds grootste telematicsbedrijven (voertuigtracering), met meer dan 800.000 eenheden geïnstalleerd in 56 landen.

DBI (Driver Behaviour Indicator) – een apparaat in het voertuig dat bestuurders informeert over overtredingen op de weg door een reeks waarschuwingslichten in verkeerslichtkleuren weer te geven.

ISIS – middelentraceeroplossing die een combinatie is van RFID-tags en zegels waarmee niet geknoeid kan worden en vloottraceertechnologie voor volledige inzichtelijkheid en gemoedsrust.

GGR (Groen Geel Rood) – Rapport over bestuurdersgedrag aan de hand van een groene, gele of rode band voor iedere uitzondering met een algemene score die berekend wordt aan de hand van een eenvoudig beoordelingssysteem.

Multi-Comms – telematics-eenheid die communicatie mogelijk maakt via Wi-Fi, Iridium-satellietcommunicatie en Tetra.

No Go-/Verboden locaties – Gebieden of plekken waar bestuurders niet mogen komen.

Onbevoegde/illegale verplaatsing – Identificatie van wegslepen en verplaatsing zonder dat de sleutel in het contact zit.

Waypoint – controlepunt langs een vaste route.